nl
film
Dichter bij de zee
info Informatie
Sluit
Dichter bij de zee

Synopsis

Visuele poëzie aan de Noordzee-kust

Een bescheiden en liefdevol portret van een kleine enclave ouderwetse zomerhuisjes aan het Noordzeestrand. Op de geluidsband staan flarden van gesprekken met de bewoners van de huisjes, die zelf niet in beeld komen; visueel gezien zijn de hoofdrollen weggelegd voor de huisjes, het strand en de zee. En, op een steenworp afstand, het zware industrielandschap van de Hoogovens bij IJmuiden. Dichter bij de zee is gemaakt aan het einde van het zomerseizoen, wanneer de huisjes voor de winter worden afgebroken, maar de manier waarop dit met een naar melancholie zoekend licht en een picturale kadrering is opgenomen, wijst op een minder tijdelijk verval. De huisjes vormen het decor van een seizoen dat al langer vervlogen is. Of, in de woorden van de maaksters: 'De verandering in het landschap, de vergankelijkheid en de herinnering aan de zomer, vormen de basis van deze korte film'.

Bron: catalogus International Film Festival Rotterdam

Specificatie

taal: Nederlands/Engels ondertiteld
lengte: 26 minuten
première: International Filmfestival Rotterdam 1993
regie: BarBara Hanlo en Brigit Hillenius
scenario: BarBara Hanlo
productie: BarBara Hanlo
sales: PEP / Eye Film Instituut
camera: Brigit Hillenius
montage: Jan Wouter van Reijen
geluid: BarBara Hanlo
festivals en vertoningen: International Filmfestival Rotterdam 1993 / Nederlandse Filmdagen Utrecht 1993 / Sydney Filmfestival 1993 / IDFA Amsterdam 1993 / Dokumentart Neubrandenburg 1994 / TV-uitzending Kunstkanaal 1996 / Into the great wide open festival Vlieland 2012, 'NOW WAKES THE SEA' - NLTR400' duo filmprogramma in Istanbul 2013
mede mogelijk gemaakt door: Provincie NoordHolland en de Gemeente Velsen

De noodzaak van een verhaal

Soms heb je zo’n festival pechdag. Een dag dat elke film die je ziet je teleurstelt. De beelden lijken inwisselbaar. Pretenties genoeg, maar niets maakt werkelijk indruk. Een beeldenstorm in een glas water.
Wat je mist is de bezieling, de betrokkenheid, een visie. Geen regisseur kan je ervan overtuigen dat het juist deze film is die gemaakt moest worden.
Op zo’n dag zag ik DICHTER BIJ DE ZEE van BarBara Hanlo en Brigit Hillenius. Een aangename uitzondering, omdat deze korte film wél zeggingskracht heeft. Niet dat de beelden zo duizelingwekkend zijn , of het verhaal zo hemelbestormend. De beelden zijn juist uiterst sober, en het verhaal is uitermate bescheiden.

In statische kaders zien we hoe, tegen het einde van de zomer, een kolonie strandhuisjes wordt afgebroken en verhuisd. Een verzameling poëtische ansichten : huisje half afgebroken, huisje op vrachtwagen, zand, kampvuur, meeuwen. Beelden die baden in door de wolken getemperd, melancholisch stemmend nazomerlicht.

Tegelijkertijd horen we de stemmen van de opa’s, oma’s, moeders, vaders en kinderen die de huisjes bewonen. We krijgen hen nooit in beeld, maar luisteren naar flarden van hun verhalen, die achter elkaar op de geluidsband zijn gemonteerd. Hoe hij als kind hier speelde en de kinderen van zijn kinderen hier spelen. Wat er te zien is in de bunkers in de duinen. Hoe handig het huisje is ingericht. Waarom je broodjes mee moet nemen naar het strand. Hoe de huisjes plaats moeten maken voor een ambitieus bestemmingplan, en daarom dichter bij de zee komen te staan.
Niet afgeleid door de vertellers (een zwembroek die verkeerd zit, een vreemde neus of wat dan ook) kun je je geheel op het vertelde concentreren. De stemmen roepen eigen beelden op; je ziet voor je wat je niet te zien krijgt. Het fotoboek krijgt langzaam geschiedenis. Een geschiedenis over de betekenis van een plek; over de verbondenheid van een clubje badgasten met hun huisjes, het strand en de zee.

Het werkt. Meegevoerd door de kalme beelden en de levendige, enthousiaste stemmen van de bewoners, ga je als kijker inzien wat het belang is van het bestaan en voortbestaan van dit houten-keten-dorp onder de rook van de Hoogovens in IJmuiden. Je bent gewonnen voor een plek, en daarom - eindelijk, eindelijk – overtuigd van de noodzakelijkheid van een verhaal.

Judith Koelemeijer, april/mei 1993